Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AD9039

Datum uitspraak2001-12-19
Datum gepubliceerd2002-06-06
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00401
Statusgepubliceerd


Uitspraak

WAHV 01/00401 19 december 2001 CJIB 33963641 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Roermond van 6 juni 2001 betreffende [betrokkene] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Roermond ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 300,- opgelegd ter zake van "als weggebruiker buiten noodzaak over de vluchtstrook of vluchthaven rijden", welke gedraging zou zijn verricht op 20 april 2000 op de Rijksweg A2 in de gemeente Maasbracht. 3.2. Het aanvullende proces-verbaal, nr. 2000016803-1, d.d. 7 september 2000, op ambtsbelofte opgemaakt door J. ter Haar, verbalisant, houdt in, zakelijk weergegeven, dat op de plaats en het tijdstip waarop de gedraging is verricht een motorfiets van het merk Yamaha voorzien van het kenteken [nummer] over de vluchtstrook reed en rechts een personenauto inhaalde en dat hij, verbalisant, de betrokkene niet heeft staandegehouden in verband met een andere staandehouding. 3.3. De betrokkene stelt, dat, toen hij de westelijke toerit opreed, een Duitse Mercedes voor hem reed die bij de samenkomst van de toerit en de autosnelweg meteen invoegde, dat hij, betrokkene, daar niet meer kon invoegen en zijn weg vervolgde, dat hij snelheid maakte op de toerit om veilig en verantwoord in te kunnen voegen, dat hij niet over de vluchtstrook heeft gereden omdat er geen noodzaak voor was, dat het waarnemingsvermogen van de verbalisant niet goed is, omdat hij beweert dat de betrokkene 75 meter over de vluchtstrook heeft gereden, terwijl de vluchtstrook slechts ongeveer 16 meter lang is en dat de verbalisant de gehele toerit en de vluchtstrook niet heeft kunnen zien vanuit de plek waar hij stond. Hij heeft ter staving van zijn stelling foto's overgelegd. 3.4. Het hof overweegt hieromtrent het navolgende 3.5. De betrokkene ontkent dat hij de gedraging heeft verricht. Hij betwist in dit verband gemotiveerd de inhoud van het aanvullende proces-verbaal van J. ter Haar d.d. 7 september 2000. 3.6. Naar het oordeel van het hof is niet op overtuigende wijze komen vast te staan dat de bestreden gedraging is verricht. Het hof acht in dit verband met name van belang, dat de betrokkene niet alleen gemotiveerd heeft aangegeven dat de verbalisant zich ten tijde van de gedraging op een plek bevond, van waaruit hij de gedraging niet kon waarnemen, maar ook dat hetgeen de betrokkene aanvoert steun vindt in de door hem overgelegde foto's, terwijl daarentegen van de zijde van het openbaar ministerie in het geheel niets is gesteld of overgelegd, waaruit kan worden afgeleid, dat de verbalisant zich op een plaats bevond waar hij de gedraging wel had kunnen waarnemen. 3.7. Het hof zal dan ook de beslissing van de kantonrechter, de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. 4. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter. vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 14 november 2000, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 33963641 de administratieve sanctie is opgelegd; Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.